Het verhaal van de polder
Het monumentale stoomgemaal de Cruquius staat aan de rand van de historische driehoek Leiden, Haarlem en Amsterdam. Daartussen bevond zich eeuwen lang het grootste meer van Holland tot deze in de tweede helft van de 19e eeuw in slechts een paar jaar tijd werd drooggelegd en er een enorm nieuw polderlandschap ontstond. Een belangrijke gebeurtenis in de Hollandse geschiedenis en kenmerkend voor de hoogtijdagen van de industriële revolutie. Het werk waar voorheen honderden molens voor vereist waren kon nu met slechts drie in
beleving van niveaus
Het Monumentale stoomgemaal bevindt zich op de dijk en markeert de scheiding tussen het dijkniveau en het polderniveau. Het nieuwe museumpaviljoen voegt zich naar z’n context en brengt het oude land en het nieuwe land samen in één verhaal. Geïnspireerd op de DNA van deze plek oriënteert deze zich juist haaks op de dijk en op de bodem van het ‘verdwenen meer’.
Verhaal van de plek als ontwerpkompas
Het totale ensemble vertelt een krachtig verhaal over civiele techniek en culturele identiteit. Geïnspireerd op het DNA van de plek is het paviljoen letterlijk en figuurlijk geworteld in de geschiedenis van de Haarlemmermeer – als een hedendaagse ode aan de historie van het drooggelegde land. Op de grens van land en water verankert de nieuwbouw zich in de klei zonder het monumentale gemaal te overstemmen. Met warme, aardse materialen voegt het naar het monument, maar steekt rijk af tegen de groene weide. De horizontale geleding van sober baksteen markeert het polderniveau en de tweeslag in het landschap – het oude en het nieuwe land. Op dijkniveau verrijst een industrieel gebaar in cortenstaal – civiel, repetitief en zonder opsmuk. Een architectuur die resoneert met de taal van de oude landwinners. De horizontale opzet is als een landschappelijke lijn, en vormt een krachtig contrast met het verticale, veerkrachtige karakter van het gemaal zelf. Het nieuwe ensemble versterkt de zeggingskracht van het
