De Nederlandsche Bank (DNB) onderging na ruim 50 jaar een ingrijpende renovatie. Het ontwerp van Marius Duintjer (1968) bestond uit carrévormige laagbouw en een 73 meter hoge toren. In 1991 werd een ronde toren toegevoegd. Door het goud- en bankbiljettenbedrijf te verhuizen, kon het gebouw transformeren en zich openen naar de samenleving.
DNB kreeg een nieuwe entree aan het Frederiksplein, dwars door de voormalige goudkluis. De vloeren om de kluis zijn verwijderd, waardoor deze zichtbaar wordt voor de stad. In deze Nieuwe Schatkamer zijn tentoonstellingen en games over goud, geld en de kernactiviteiten van DNB. Ernaast ligt een levendige publieke ‘straat’ met zitplekken en een koffiebar.
In het semipublieke deel is een vijflaags atrium toegevoegd om bewegen en ontmoeten te stimuleren. Het atrium biedt zicht op de stadstuin en leidt naar het restaurant met uitzicht over de Singelgracht. De kade is een publieke ontmoetingsplek met een houten steiger boven het water. De kashal transformeerde tot vergadercentrum met een monumentale leeszaal van 120m lang. In het midden staat Duintjers ronde trap; Mecanoo voegde eenzelfde trap toe tussen de tweede en derde verdieping.
De WELL Platinum werkomgeving biedt veel groen en daglicht. Aan het palet van beton en glas zijn circulaire materialen toegevoegd, zoals PET-vilt en FSC-hout. Installaties zijn ondergebracht in de kelder, waardoor bovenin de toren panoramische ruimtes ontstonden.
De renovatie is BREEAM Outstanding. De ontmantelde ronde toren is herbestemd en slooppuin is hergebruikt. Hout van Amsterdamse populieren is verwerkt in de plafonds. Het energieverbruik daalde met ruim 80% door isolatie, zonnepanelen en WKO. De ronde toren maakte plaats voor een publieke stadstuin. Dit vergroot de biodiversiteit en vermindert hittestress in de stad.
